logo
Home
Lezerspanel
Nieuws
Columns
Weblogs
Commentaar
Artikelen
Abonneren
Losse verkoop
Agenda
Archief
Over onzeWereld
Adverteren
Laatste Reacties
Contact
Inschrijving Nieuwsbrief
Partners
Abonnementen
 
 
Artikelen
door Marjolein van Rotterdam

Grote schoonmaak in de woestijn

 

Toerisme in de Sinaï is big business, maar ook een aanslag op de woestijn. Niet alleen buitenlandse toeristen laten hun sporen na, ook de bedoeïen ruimen niet achter zichzelf op. Hoog tijd voor een grote schoonmaak, vonden lokale gidsen en hoteleigenaars. Kamelen eten tenslotte veel, maar geen plastic.

Sherif El-Ghamrawy is Egyptenaar, ondernemer en milieuactivist. Een bijzondere combinatie? Daar grossiert hij in. Sherif is relaxed én actief. Hij is van deze tijd, maar houdt sommige dingen liever zoals ze waren.

We zijn bij Sherif op bezoek om over milieuvervuiling in de Sinaï te praten, een onderwerp waar we zelf nog aan moeten wennen. Bij rondwaaiend plastic in de Nijldelta of smog boven Caïro kun je je nog iets voorstellen. Maar in de woestijn? De woestijn is toch de leegste en dus schoonste plek op aarde?

Toch staat de klok volgens Sherif op vijf voor twaalf: 'Ecotoerisme is in de mode. Maar weet je wat men onder ecotoerisme verstaat? Een dagje racen in de woestijn op een beach buggy!' Zijn blauwe ogen vlammen. 'Op plekken waar die buggy's komen, zijn alle dieren al weg.' Deze '4x4 Quad Bikes' zorgen voor herrie, stof en voor te grote groepen mensen tegelijk. Sherif: 'De Coloured Canyon, hier niet ver vandaan, is al één grote vuilnisbelt. De mensen die op die buggy's tekeer gaan, interesseert het niet. Je ziet het al aan de manier waarop ze de woestijn in gaan. Op naaldhakken en in korte broek.'

Ahmed Adel, de gids met wie we later een woestijntocht maken, zal het bevestigen. 'Wij slaan de Coloured Canyon over', vertelt hij. 'Daar was het vroeger prachtig, maar nu niet meer. Je ziet het helaas vaker. De laatste vijf jaar is het steeds moeilijker geworden tochten te maken waarbij je kunt laten zien hoe puur de woestijn is.'

Het eerste eco-oord
Twintig jaar geleden kwam Sherif, voormalig zwemkampioen en ingenieur, naar de kust van de Rode Zee om iets met toerisme te doen. 'Toerisme zoals dat oorspronkelijk bedoeld is. Ik zag reizigers voor me die nieuwsgierig zijn naar andere culturen en daarvan willen leren. Mensen die in uitwisseling geloven. Voor die mensen wilde ik iets beginnen dat niet schadelijk was voor de omgeving en bovendien goed was voor de oorspronkelijke bewoners.' Zo'n vijftien kilometer ten noorden van het plaatsje Nuweiba ontdekte Sherif zijn plek. Hij zette er een eco-vakantieoord op, trouwde met een van de eerste in exchange of cultures geïnteresseerde gasten, en ging zich steeds meer bemoeien met het milieubeheer van de Sinaï. Basata, Arabisch voor 'eenvoud', werd de naam van zijn vakantieoord. Het was het allereerste Egyptische eco-oord.

Twintig jaar later staat Basata nog steeds voor eenvoud. Mensen met blote voeten liggen er op de bedoeïenenkussens; ze praten zachtjes, sommigen zijn spelletjes aan het doen. In de keuken, waar iedereen zijn drankjes haalt (zelf afstrepen), staan overal aanwijzingen. Afval wordt gescheiden ingezameld, er wordt afgewassen met zout water, en het organische afval gaat naar de kamelen, de ezel, en de konijnen - de kippen zijn sinds de vogelgriep verdwenen. Sherif: 'Geen enkel mens is van zichzelf milieuvriendelijk. Je hebt mensen die verschrikkelijk zijn en je hebt mensen die iets minder verschrikkelijk zijn. Daarom leggen we de regels zo duidelijk uit.'

Rijke Russen
Basata ziet er kraakhelder uit. Er heerst een paradijselijke rust. Dat valt op, zeker als je het vergelijkt met andere plekken aan de Rode Zee, waar het nog maar zelden rustig is. In twintig jaar is het toerisme in de Sinaï de pan uitgerezen. Nadat Israël en Egypte de Camp David-akkoorden in 1982 hadden gesloten en de Sinaï terug was in Egyptische handen, kwam een ontwikkeling op gang die leek op die van de Spaanse costa's in de jaren vijftig: eerst was er niets, toen kwam er één toeristendorp met een paar toeristen, en daarna volgden er meer en meer en meer.

Het begon in Sharm-el-Sheikh, aan de zuidpunt van de Sinaï. Een stad werd uit de grond gestampt en Egyptenaren uit de Nijldelta spoedden zich erheen om aan het toerisme te gaan verdienen. Er kwam een luchthaven met chartervluchten; er kwamen Europeanen. Toen Sharm vol raakte, werd er een asfaltweg langs de kust aangelegd, waarna de ontwikkelingen zich, zij het in iets mindere mate, verder naar het noorden herhaalden. De Rode Zeekust moest de Rode Zee Rivièra worden. En dat werd het: Sharm-el-Sheikh beslaat tientallen kilometers kust vol megahotels, zonnebadende toeristen en drukke duikplekken. Sinds er drie jaar geleden een directe chartervlucht naar Moskou bijkwam is de plaats een hit onder rijke Russen - die veelal worden beschouwd als de meest verspillende mensensoort ooit. De verwachting is dat het aantal inwoners in 2017 132.000 zal zijn (in 1998, bij de laatste volkstelling, waren het er nog 10.000). Het aantal toeristen zal bovendien verveelvoudigden, mede dankzij het National Project for Developing Sinai 1994-2017, een masterplan uit 1994 om de werklozen uit de Nijldelta aan het werk te krijgen. Honderdduizenden worden overgehaald naar de zuidelijke Sinaï te verhuizen om er te werken in de landbouw, de mijnbouw en, natuurlijk, het toerisme.

Poetsmiddelreclame
De vraag is waar de grens ligt. De groei van het toerisme is leuk voor de economie, maar veel minder leuk voor de natuur. De Sinaï verloederde in de twintig jaar na 1982 in rap tempo. Omdat Sherif niet lijdzaam wilde toezien, besloot hij acht jaar geleden de kust tussen Taba en Nuweiba te gaan schoonhouden. Zo'n zeventien kilometer. 'Ben je gek geworden?', vroeg iedereen. 'Wat ga je daar nou aan verdienen?' Het interesseerde hem niet. 'Ik probeer gewoon een waarachtig mens te zijn', zegt hij. 'Wat maakt geld dan uit? Die rotzooi moest weg.' Het afval groeide de kuststrook boven het hoofd. De hotels konden hun vuilnis niet kwijt; plastic verziekte de koraalriffen. Wat, dacht Sherif, als je nou iets opzet om het afval te verzamelen en te recyclen? En zo ontstond de ngo Hemaya ('bescherming'), die wordt gerund door de lokale bevolking. Hemaya krijgt buitenlandse subsidies, maar hotels betalen voor de service. Sherif: 'Negentig procent van de horeca doet nu aan de afvalverwerking mee. En sinds twee weken hebben we ook een vestiging in Dahab.'

Om er zeker van te zijn dat we snappen hoe groot en belangrijk het project is, stuurt Sherif ons met zijn oude chauffeur naar het verwerkingsstation in Nuweiba. Er liggen manshoge pakken platgeperste limonadeblikjes, bergen vermalen glas, dozen vol boeken, kratten met glazen flessen, en zakken vol versplinterde plastic flessen. Een paar mannen leggen met handen en voeten uit hoe het werkt, want niemand spreekt Engels. We worden meegenomen naar de enorme lopende band waar het afval gescheiden wordt. Dan laten ze de persen zien (voor elke soort afval één), de vergruizers en de shredders.

De volgende dag hebben we het geluk ook het voortraject met eigen ogen te zien. Als de zon net op is, komen we een ploeg enthousiaste jongens tegen met T-shirts van Hemaya. Ze hebben lol terwijl ze het afval ophalen en de straten schoonvegen. Het lijkt wel een poetsmiddelreclame.

Kamelen
Hemaya is een prachtig, maar ontoereikend initiatief. Er is meer kust dan het stuk van Taba naar Nuweiba, en ook in de woestijn ligt afval. Als we een dag later door de bergen, valleien en zandvlaktes lopen, zien we het zelf: ook hier rukt 'de beschaving' op. Acacia's, de eeuwig groene bomen met hun enorme stekels, staan langs de weg als buitenaardse kerstbomen, versierd met bontgekleurde plastic zakken.

Er is meer. Terwijl we uitkijken op een groot plateau, de Wadi Haddudah, worden we afgeleid door een lief geluid. Het is een door de wind voortgeblazen plastic fles. Als je erop let, ga je overal rotzooi zien. Vooral waar mensen hebben gepauzeerd liggen blikjes, sigarettendozen, aluminiumfolie, plastic vaten, netten en lappen. 'De kampeerplek van vanavond ligt iets verder weg dan normaal', vertelt Ahmed, onze gids. De oude is vies, want al door anderen gebruikt.

'Niet alleen de toeristen zijn slonzen', zegt Ahmed als we de volgende dag over het probleem doorpraten. 'Ook de bedoeïenen leren hun gewoonte afval weg te gooien maar moeilijk af. "The wind will take it", zeggen ze. Vroeger was dat ook geen probleem. Het vee vrat alle resten toch wel op. Maar tegenwoordig hebben bedoeïenen jeeps, en halen ze ook plastic, glas en blik in huis. Kamelen lusten veel, maar dat niet.' Onze gezellige, eeuwig herkauwende Sheelah laat het wel even zien. En jawel: sinaasappelschillen, broodresten en pasta vindt ze heerlijk; kartonnen dozen zijn ook nog best te doen. Maar verder gaat ze niet.

Grote en kleine maatregelen
In de zuidelijke Sinaï leven zo'n 10.000 bedoeïenen, in de hele Sinaï ongeveer 100.000. Op een gebied zo groot als Nederland lijkt 100.000 misschien niet veel, maar bedenk eens wat er gebeurt wanneer je het afval van een stad als Leiden niet meer ophaalt en het door heel Nederland laat waaien? Dat gaat niet goed. Net zomin als wanneer je het afval van de hotels niet ophaalt. Ook de Egyptische overheid is zich daar inmiddels van bewust. Het ministerie van milieu besteedt vóór 2007 nog 2,6 miljard dollar aan een milieuplan voor de Sinaï (kust en woestijn), en heeft een actieplan ontwikkeld tot het jaar 2017, waarin afvalrecycling, het beschermen van de koralen en eilanden, en het introduceren van milieueisen voor hotels aan de Rode Zee expliciet worden genoemd. Ook uit het buitenland komt er geld. De EU besloot in 2003 een Regionaal Ontwikkelingsprogramma Zuid-Sinaï in het leven te roepen. Er is 64 miljoen euro voor uitgetrokken.

Sherif zit intussen ook niet stil. Steeds nieuwe projecten ontspruiten aan zijn brein. 'We hebben een boot gekocht en vijf bedoeïenen ingehuurd om te gaan patrouilleren tegen illegale visserij. Vissen in de Rode Zee is verboden, behalve voor bedoeïenen. Verder zijn we een project aan het ontwikkelen, waarbij kamelentochten voor vrouwen worden georganiseerd. Ze worden begeleid door bedoeïenen, vrouwen uiteraard. Ook komen er dit jaar hopelijk nog bedoeïenenrangers, die verantwoordelijk zijn voor een vallei in de woestijn. En dan is er nog de ecolodge in de woestijn, waaraan we met EU-geld zijn begonnen. We hebben de bedoeïenen milieubewustzijn bijgebracht.'

Stel dat al het geld inderdaad op de juiste plek terechtkomt en alle projecten doorgaan, zal het dan nog op tijd zijn? Kenners hebben er een hard hoofd in. Ze zien de groei van het toerisme met lede ogen aan - hoewel het hard nodig is voor de economie. Zo zegt Iman Bastawisi, een antropoloog die bij een ecoproject in het St. Catharinapark werkt, in het tijdschrift Egypt Today: 'Het effect van wat we doen is moeilijk te beoordelen. Het verschilt als je kijkt naar de positie van de mensen of de natuur. Toen ik in 1979 voor het eerst in St. Catharina kwam, zag ik nog steenbokken, tegenwoordig zie ik die nooit meer.'

Ook Amin Shaer, een bioloog die in een natuurpark bij Sharm-el-Sheikh werkt, heeft twijfels. In hetzelfde blad zegt hij: 'We zijn niet tegen een verdere ontwikkeling van het toerisme, maar we mogen het milieu niet vergeten. Anders is het koraal over twintig jaar dood. Of over tien jaar, ik weet het niet.'

'Wat je ook doet', zegt Ahmed Adel, 'het zal niet lukken zonder bewustzijnsverandering. Aan bewustwording moet nog veel worden gedaan. Te weinig mensen zien het probleem.'

Sherif El-Ghamrawy tot slot, wil wel groeien, maar alleen met de juiste mensen: 'Natuurlijk zullen de goede toeristen altijd welkom zijn. Ze zijn respectvol en ze zorgen voor inkomen voor de oorspronkelijke bevolking. De slechte daarentegen, die alleen komen voor zon en avontuur, kunnen beter thuisblijven. Aan types die naakt een kamelentocht maken, omdat het zo leuk staat op de video, verdienen we liever niet.'

Meer informatie over de projecten van Sherif El-Ghamrawy:
www.basata.com;
www.rssti.org/links/Mar_2000/presentation12.html;
http://168.144.29.127/websites/fes/cgi-bin/files/publications/SouthSinaiText.htm

 

© onzeWereld Media juli/augustus 2006

tagging: Afrika , Natuur en Milieu , Egypte , Toerisme

Reacties:


goed stuk!
evelien gepost @ 18/08/2009 16:16
Hallo Marjolein,


Een goed stuk, fijn dat er wat meer aandacht komt voor de vuilproblematiek in de Sinai, het is hard nodig!

Groet,

Evelien van Desert Tracks
 

Reageer:

Van:
E-mail: * Emailadres wordt niet getoond op website
Titel:
Bericht:
Security image. You must enable images to submit entry Vul in wat u ziet:
(Gevoelig voor hoofd en klein letters)

Terug naar het tijdschrift