De moderne burger wil gemak, ruime keuze en een goede prijs. De supermarkten zijn verwikkeld in een keiharde concurrentieslag om de klant. Ten koste van de voedselproducenten. Zij verdienen veel te weinig en leggen het loodje.
December is traditioneel de maand van grote diners. In de nabijheid van familie en vrienden gaan we uitgebreid kokkerellen en openen we gezellig een extra fles wijn. De plek waar we meestal al dat voedsel kopen is de supermarkt. De moderne burger eist namelijk gemak en een assortiment waaruit hij het hele jaar kan kiezen. Hij wil daar niet te veel voor betalen en er weinig tijd aan kwijt zijn.
Dus ook ik loop elke week de supermarkt binnen, terwijl ik toch liever mijn boodschappen bij de biologische specialist koop. Maar er is een probleem. Wie grote hoeveelheden inkoopt, kan makkelijker een lagere prijs eisen of dreigen bij de concurrent te kopen, en kan hoge leverings- en kwaliteitseisen opleggen aan zijn toeleveranciers. Een Zuid-Afrikaanse wijnboer legt uit. 'We worden als producent gestraft als ons product niet op tijd aan de supermarkt wordt geleverd, maar als de supermarkt ineens besluit dat hij iets niet wil, is het aan ons om het op het laatste moment nog elders te slijten.'
De werkelijke kosten
Supermarkten kopen steeds vaker direct in via hun inkoopcentrales. Toeleveranciers profiteren van een grote afzet en krijgen meestal een exclusief recht op de levering van hun producten. Dat zegt nog niets over de prijs die ze ervoor terug krijgen. 'Het is belangrijk dat supermarkten gaan realiseren wat de werkelijke kosten zijn van de producten die ze verkopen', bekritiseert een Engelse importeur van Zuid-Afrikaans fruit de gang van zaken in een interview met ontwikkelingsorganisatie Oxfam. 'Ze beginnen met onderhandelen over prijzen ver onder de productiekosten. Dat kan zo niet doorgaan, omdat je daarmee boeren forceert hun bedrijf op te doeken.'
Veel boeren, tuinders, importeurs, exporteurs en producenten van allerlei kruidenierswaren vinden dat de inkoopmacht van supermarkten doorgeslagen is en geleid heeft tot een vorm van uitbuiting. De keuze is: voor lage prijzen leveren, of helemaal niet meer leveren. Producenten hebben vervolgens weinig keus, want het betekent nogal wat voor de omzetcijfers als je product niet in de schappen van de grootste supermarktketens ligt.
Vooral kleine producenten leggen het loodje, ook in Nederland. De ondernemers- en werkgeversorganisatie voor de agrarische sector, LTO Nederland, ziet de gevolgen. Recent nog protesteerden melkboeren tegen te lage melkprijzen in supermarkten. Verlieslijdende melkprijzen worden als lokker voor de consument gebruikt die voor andere producten meer betaalt. 'De boeren en tuinders regelen hun afzet steeds vaker zelf direct met de winkelketens, maar ze hebben nog te weinig in te brengen als het gaat om de prijs', zegt Albert Jan Maat, voorzitter van LTO Nederland. Vooral de tuinbouw heeft een groot probleem, legt hij uit. 'Ruim tien jaar geleden dachten de tuinders door hun afzet te bundelen en gezamenlijk op te treden, dat ze sterk zouden staan tegenover directe levering aan supermarkten. Dat betekende het einde van het veilingsysteem waar de producten vroeger werden verhandeld.'
Tuinders hebben hun hand overspeeld, aldus Maat. 'De gemiddelde tuinder lukt het niet meer om een redelijke prijs te krijgen voor de paprika's, komkommers en tomaten die ze telen in de kassen. Alleen de echt grote bedrijven van zestig hectare kunnen nog een redelijk rendement behalen, omdat ze bijvoorbeeld ook de verpakking zelf regelen.' Nederlandse groenten- en fruittelers worden nu verdacht van onderlinge prijsafspraken door de mededingingsautoriteit NMa. Dat vindt Maat vreemd. 'In Nederland is Albert Heijn in de verkoopmarkt dominant en die wordt geen strobreedte in de weg gelegd.'
De veilingen werden omgetoverd tot een efficiënte inkoper van groente en fruit, gebundeld in de Greenery. Maar die heeft nooit kunnen uitgroeien tot een tegenwicht tegen de supermarkten. Wat de toenemende macht van supermarkten goed toont, is dat ze de status van verkooppunten van A‑merken zijn ontgroeid en nu steeds meer zelf een A‑merk zijn door onder het eigen huismerk te verkopen. De keuze in het schap beperkt zich tot enkele A‑merken en het huismerk van de supermarkt, vaak met varianten voor de rijke en de minder koopkrachtige klanten. Steeds vaker is alleen het huismerk te koop.
Onderzoek van adviesbureau International Private Label Consult toont aan dat huismerken in Nederland gemiddeld 39,7 procent goedkoper zijn dan de A‑merken. Die prijzen zijn volgens de onderzoekers alleen mogelijk door de fabrikanten van huismerken keihard tegen elkaar uit te spelen. De lage prijzen hebben natuurlijk een effect op de hele productieketen. Het veroorzaakt grootschalige landbouw die het landschap aantast en het niet zo nauw neemt met dierenwelzijn en milieu. Ook drukt het wereldwijd de toch al erg lage lonen van landarbeiders.
Wetgeving aanpassen
Is meer wetgeving nodig in het Westen om de inkoopmacht van onze grote supermarkten te beperken? Ja, vindt Myriam Vander Stichele, onderzoekster bij Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO). Frankrijk en Duitsland hebben reeds actie ondernomen. Supermarkten daar mogen niet onder de kostprijs kopen of verkopen. 'Dat is een eerste stap', zegt ze.
Een geharmoniseerde regulering van de hele EU‑markt is volgens Vander Stichele dringend nodig. Ook LTO Nederland klopt eerder in Brussel aan dan in Den Haag. Albert Jan Maat: 'Onze enige mogelijkheid iets aan de afzetproblematiek te doen bij de Nederlandse boeren en tuinders, is in Brussel bij de Europese Mededingingsautoriteit aan te dringen op een beleid dat zich niet eenzijdig richt op de belangen van de consument, maar ook de belangen van relatief kleine producenten in de voedselketen in de gaten houdt.' Door de melkoorlog en andere signalen is in Brussel intussen bij verschillende delen van de Europese Commissie aandacht voor deze problematiek, maar een gezamelijke Europese aanpak is er nog niet.
Kan de inkoopmacht bij supermarkten niet ook worden aangewend om de voedselketen juist duurzamer en eerlijker te maken? Supermarkten kunnen immers hun macht inzetten door producenten milieuvriendelijk te laten produceren en voldoende beloning en betere werkomstandigheden te bedingen.
Maar zo makkelijk is die conclusie niet te trekken, beweert Vander Stichele. 'Er zijn is veel meer te bereiken via wetgeving. Want wie gaat anders controleren op welke manier de bedrijven in de voedselketen verduurzamen? Alweer de consument?'
Die is overigens best geneigd om te kiezen voor verantwoorde spullen. In 2009 is het aanbod van fairtradeproducten in de Nederlandse supermarkten gestegen van gemiddeld negen naar vijftien, zo blijkt uit onderzoek van Milieudefensie en Solidaridad. Supermakrt Jumbo is opnieuw koplopers in het fairtrade-aanbod, terwijl de Plus de meeste biologische producten verkoopt. Maar het enige wat echt helpt is het beperken van de inkoopmacht van de grote voedselmultinationals en supermarkten. Europees Commissaris Neelie Kroes, belast met de portefeuille mededinging, zei in 2005 nog dat ze het niet erg vindt als producenten elkaar kapot concurreren, als de consument er maar beter van wordt. We weten nu beter. Maar ook van de consumenten mag meer worden verwacht. Zij zouden hun gemakzucht moeten laten varen en minder snel alle boodschappen bij de supermarkt gaan doen.