logo
Home
Lezerspanel
Nieuws
Columns
Weblogs
Commentaar
Artikelen
Abonneren
Losse verkoop
Agenda
Archief
Over onzeWereld
Adverteren
Laatste Reacties
Contact
Inschrijving Nieuwsbrief
Partners
Abonnementen Webshop Bladeren
 
 
Artikelen
door Michel Robles. Beeld Nederlands Visbureau

Goede vis, maar goed voor wie?

 
Vangstlimieten, strenge controles en zeereservaten ten spijt: overbevissing vormt nog altijd een bedreiging. Steeds vaker wordt een beroep gedaan op de consument om vis met keurmerken te kopen. Maar wat garanderen die keurmerken ons? En wat hebben vissersgemeenschappen in niet-westerse landen eraan?
 
Diep teleurgesteld waren natuurorganisaties afgelopen maart na de zogeheten Cites conferentie in Qatar over de handel in bedreigde planten en diersoorten. Ondanks intensieve lobbycampagnes kregen zij de handel in de zwaar bedreigde blauwvintonijn en zeven haaiensoorten niet verboden. Visserijnaties lagen keihard dwars, van Canada en Rusland tot China, Libië en Japan.
 
Net als bij de klimaattop in Kopenhagen, eind 2009, legden westerse milieuvoorvechters het vooral af tegen immer zelfverzekerder opkomende economieën en ontwikkelingslanden. 'Nu moet het van de consumenten komen', concludeert woordvoerster Lonneke Bakker van het Wereldnatuurfonds (WNF). Aziatische en Afrikaanse politici hebben geen oor voor de westerse groenmoraal. Het WNF, een van de initiatiefnemers van het viskeurmerk MSC, gaat daarom de consument in die werelddelen opzoeken, vooral in China en Japan, want daar wordt de meeste vis gevangen en geconsumeerd.
 
Sinds 1996 kent de visserij het mondiale groenlabel MSC (van de Marine Stewardship Council). Het keurmerk is bedacht door het Wereldnatuurfonds en levensmiddelengigant Unilever, in navolging van het succesvolle FSC-certificaat (Forest Stewardship Council) voor 'goed' hout. Het MSC-label moet milieuverantwoorde visproducten garanderen: de betreffende populatie mag niet overbevist worden, ecologische neveneffecten moeten minimaal of positief zijn en het visserijbeheer ter plekke moet voldoen aan alle (inter)nationale 'duurzaamheids'-regelgeving. Het blauwe vignetje heeft andere vis-ecolabels inmiddels verdrongen. Momenteel zijn bijna zeventig 'visserijen' gecertificeerd, samen goed voor 7 procent van alle wilde vis voor directe menselijke consumptie.
 
Maar ook de MSC ontkomt niet aan kritiek. Gewoonlijk draait het om drie klachten: het certificeringssysteem zou gevoelig zijn voor politieke druk en gesjoemel. Bovendien is het ontoereikend als wapen tegen de massale overbevissing (en alle milieuschadelijke gevolgen van dien). En daarin speelt weer mee dat de veeleisende certificeringsprocedure kleine vissers(gemeenschappen) veelal buitensluit, dus concurrentievervalsend werkt.
 
Ecofraude
 
Net als andere keurmerkbeheerders laat de MSC aanvragende bedrijven doorlichten door commerciële certificeringsinstanties. Dat werkt fraude in de hand, vrezen critici als zeebioloog Trevor Ward van de University of Western Australia: groeiende concurrentiedruk brengt certificeerders in de verleiding om de aanvragers (die hun gage betalen) te bedienen met rooskleurige rapportages. Ook kunnen grote reders één vissoort 'duurzaam' vangen (en dus het keurmerk krijgen), terwijl het voor de overige activiteiten business as usual blijft.
 
Hoe vaak gaat het daadwerkelijk mis? Dat is omstreden. Greenpeace heeft uitgehaald naar het certificaat voor Alaska koolvis (jaaromzet 1 miljard dollar), aangezien dat bestand hard achteruit kachelt. Het certificeringsproces voor de eveneens gedecimeerde West-Canadese Fraser River Sockeye zalm is recentelijk zelfs bestempeld als 'ecofraude'. Die zalmvisserij is door de MSC 'technisch' in orde bevonden voor certificering. Onbegrijpelijk, vinden critici, want de overheid heeft juist een voorlopig vangstverbod afgekondigd.
 
Volgens zee-ecologen gaat het bestand aan Alaska koolvis en Sockeye zalm waarschijnlijk niet achteruit door overbevissing (een van de MSC-criteria), maar door verhoogde watertemperaturen als gevolg van de klimaatverandering.
 
'Om belangenverstrengeling te voorkomen, is de MSC helemaal losgemaakt van de initiatiefnemers', bezweert woordvoerster Nathalie Steins op het Nederlandse MSC-kantoor in Den Haag. 'We betrachten verregaande transparantie. Iedere vijf jaar vindt hercertificering plaats, met onafhankelijke arbiters. Ook de certificeerders worden onafhankelijk gecontroleerd, door een internationale toezichthouder.'
 
Lars Gulbrandsen, onderzoeker bij het Noorse Fridtjof Nansen Instituut, publiceerde vorig jaar een wereldomspannend literatuuronderzoek over de effectiviteit van het MSC-keurmerk. 'Er kleven onvermijdelijke beperkingen aan zo'n certificeringssysteem', zegt hij. 'Een eco-label blijkt als promotiemiddel vooral aantrekkelijk voor kapitaalkrachtige visserijbedrijven die opereren op de wereld-exportmarkt en die technisch toch al hoog ontwikkeld zijn. Voor hen is bijsturen om aan de MSC-eisen te voldoen relatief eenvoudig. De totale vangst wordt er niet zoveel minder om.'
 
Voor de vele kleine vissersgemeenschappen die vangen voor lokale, niet-westerse markten, meent Gulbrandsen, is er nauwelijks prikkel om aan certificering mee te doen. 'Ze kénnen de MSC niet eens. Tot nu toe is in ontwikkelingslanden maar een handvol certificaten uitgereikt.'
 
Dat is ook de MSC niet ontgaan. In 2007 is daarom een speciaal Developing World Fisheries Program opgezet. Vanuit het Londense MSC-hoofdkantoor vertelt programmamanager Oluyemisi Oloruntuyi wat er zoal moet gebeuren. 'Het ontbreekt vissersgemeenschappen behalve aan geld ook aan organisatiegraad, aan professionele lokale certificeerders, aan marktvraag naar duurzame vis en aan biologische gegevens over hun viswateren.'
 
Via workshops probeert de MSC zowel autoriteiten als vissers te doordringen van het belang van duurzaamheidsgaranties voor het voortbestaan van de visserij. De MSC ondersteunt vervolgens lokale initiatieven. 'Een effectief instrument is bijvoorbeeld coöperatievorming. De Mexicaanse kreeftvissers van Baja California hebben op die manier hun visserij gecertificeerd én weer winstgevend gekregen. De regering heeft ter ondersteuning zelfs betere wegen aangelegd.'
 
Waardevaste belegging
 
De MSC werkt ook aan flexibeler criteria voor visserijbeheer in gebieden waar het aan gedegen biologisch onderzoek ontbreekt. In plaats van harde gegevens, worden gestandaardiseerde schattingsmethoden geaccepteerd. De totale vangstcapaciteit is uitgangspunt voor het berekenen van het risico op ecologische schade. Op den duur hoopt Oloruntuyi plaatselijke investeerders, ontwikkelingsorganisaties en vakbonden te interesseren voor gecertificeerde visserij als waardevaste belegging.
 
Maar de Noorse onderzoeker Lars Gulbrandsen betwijfelt of dit alles voldoende is, zelfs in combinatie met andere traditionele beschermingsmaatregelen. 'Het manco van het MSC-label is de eenzijdigheid', legt Gulbrandsen uit. 'Het gaat over overbevissing, de vangstmethode en mariene ecosystemen. Om het niet te ingewikkeld te maken is voorlopig besloten de sociale kant van duurzaamheid (people, planet, profit) buiten de criteria te laten. Begrijpelijk, maar voor arme visserijstadjes mist het MSC-keur daardoor aantrekkingskracht.'
 
Oluyemisi Oloruntuyi van de MSC beaamt dat eerlijke handel, duurzame verwerking, dierenwelzijn, milieuaspecten van visserijvloten, vervuiling in vis, allemaal zaken zijn die buiten de criteria vallen. 'Maar een keurmerk is maar één instrument', reageert hij. 'Bovendien: criteria kunnen gaandeweg breder of scherper worden. En: juist een keurmerk voor één bedrijfsonderdeel kan scheepseigenaren prikkelen tot verdere verduurzaming.'
 
Vissersrace
 
Een steeds populairder instrument om overbevissing, ook in lokale vissersgemeenschappen, tegen te gaan, is de toekenning van 'verhandelbare visrechten' op afgebakende visgronden of voor populaties. Groot nadeel van deze vangstquota is dat tussen vissers een race ontstaat om binnen het totale quotum zoveel mogelijk zelf uit zee te halen. Laatkomers zetten illegaal alsnog hun netten uit, waarna de oogst op volle zee verpatst wordt, buiten het zicht van inspectiediensten.
 
Slimmer is om vooraf eerlijk de koek te verdelen. Iedere boot krijgt individuele visrechten, die aan collega's mogen worden doorverkocht. Vissers gaan zich zodoende opstellen als verantwoordelijke rentmeesters van 'hun' visstand. Tevens bieden vaststaande eigen aandelen bedrijfszekerheid, wat investeren in duurzaam materieel gemakkelijker maakt.
 
Gemeengoed zijn die verhandelbare visrechten (individually transferable quota, ITQ's) nog niet in niet-westerse landen. In Chili en Namibië zijn wel goede ervaringen opgedaan. In de Verenigde Staten, Canada, IJsland, Nieuw-Zeeland en Nederland (tong- en scholvisserij) wordt er al langer mee gewerkt.
 
In 2007 toonde een gedetailleerd onderzoek van een Amerikaanse milieubeschermingsorganisatie al aan hoe ITQ's tegelijkertijd niet alleen het milieu, de werkgelegenheid en de winstcijfers bevorderen, maar ook de kwaliteit van visproducten en de veiligheid aan boord. De milieuclub analyseerde tien Amerikaanse en Canadese voorbeelden. Door zorgvuldiger werken bleven vangsten (ruim) binnen de limiet, daalden bijvangsten met 40 procent, werd minder (en milieuveiliger) vistuig gebruikt en halveerde het aantal veiligheidsincidenten, terwijl de inkomsten per boot toch 80 procent hoger werden.
 
Maar ook deze ITQ's zijn geen wondermiddel. De bedreigde tonijn- en haaiensoorten bijvoorbeeld zijn zó lucratief dat graaigedrag waarschijnlijk onuitroeibaar blijft. Maar juist voor de minder commerciële vissoorten, waar lokale niet-westerse vissersgemeenschappen van leven, kan het een uitkomst zijn. Ook hier geldt, net als voor het MSC-keurmerk, dat de kleine vissersgemeenschappen én de visserij-inspecties zich goed zouden moeten organiseren om het tot een succes te maken. Hoe krijg je ze zover?
 
Het Developing World Fisheries Program van de MSC heeft een start gemaakt. Maar misschien moet het, zoals Lonneke Bakker van het Wereldnatuurfonds al zei, van de Aziatische en Afrikaanse consumenten zélf komen. Wanneer zij door krijgen dat goede (en schone) vis onmisbaar is voor blijvende voedselzekerheid, kunnen zij wellicht hun autoriteiten tot actie bewegen.
 
 

'Goede vis' blijkt soms ongezond

Een ijzersterk argument tegen de vangst van blauwvintonijn en haai is nimmer in stelling gebracht: het eten van deze roofdieren is bar ongezond. De oceanen zijn vervuild, onder meer met dioxine-achtige koolwaterstoffen en met zware metalen als cadmium, lood, kwik en arseen. Dit concentreert zich in het vet of weefsel van roofvissen, naarmate zij meer (gifhoudende) prooidieren oppeuzelen. Uiteindelijk belandt alles op ons bord. Onderzoek naar gif in zeebanket is schaars. Meestal wordt vis aangeprezen vanwege de heilzame omega-3-vetzuren. Veel Europese voedsel- en warenautoriteiten volstaan met sporadische informatie: dioxinegehalten zouden dalen (alleen wilde paling en snoekbaars worden afgeraden), kwik-, lood, en cadmiumconcentraties vallen mee. De Royal Swedish Academy of Sciences pleitte in 2007 wel onomwonden voor een gezondheidswaarschuwing op verpakkingen van met kwik vervuilde heilbot, tonijn en zwaardvis.

De meeste MSC-gecertificeerde vis is, voor zover bekend, schoon. Discussie bestaat over 'vette' soorten als zeetong, haring en heilbot (dioxines). Ronduit riskant - zeker voor kinderen en zwangere vrouwen - is de certificering van Albacore tonijn, Oostzeebaars, Tosakatsuo gestreepte tonijn en Pacific flounder (bot): allemaal bevatten zij, volgens het Amerikaanse Environmental Defense Fund (EDF), relatief veel kwik en dioxinen of giftige pcb's.

Andere (niet gecertificeerde) boosdoeners zijn: alle tonijn- en haaiensoorten, elft, blauwbaars, zwaardvis, koningsmakreel, keizersbaars, steur, zeeforel, escolar (botervis), marlijn, knorrepos en Atlantische wilde zalm. En niet te vergeten onze eigen zoetwaterpaling, snoekbaars en brasem. Ook de populaire Viswijzer bevat daarmee een paar bedenkelijke soorten: zwaardvis en zeebaars, opgevoerd als 'Prima keuze', zijn, volgens het EDF, allerminst gegarandeerde aanraders.

www.msc.org

www.viswijzer.nl

www.edf.org

 

ASC-keurmerk voor gekweekte vis in de maak
 
Zeventig milieu- en mensenrechtengroeperingen (protestbrief is te lezen op www.mangroveactionproject.org) vielen vorig jaar op hoge toon het Wereldnatuurfonds aan over het gloednieuwe initiatief voor een keurmerk voor gekweekte vis.
 
De totstandkoming van het ASC-label (Aquaculture Stewardship Council) zou een onderonsje zijn met grote kwekers. De duizenden kleintjes, die aan alle wereldkusten actief zijn, zouden worden weggedrukt door de voorgenomen criteria en certificeringsprocedures. Ecosystemen zouden de dupe zijn van de nieuwe bioindustrie.
 
Aquacultuur is, met 8 procent per jaar, wellicht de snelst groeiende bedrijfstak ter wereld. 40 procent van de vis voor menselijke consumptie komt inmiddels uit kwekerijen. In China, waar al eeuwen viskwekerijtjes floreren, is dat zelfs 60 procent.
 
De weg naar duurzame (dier- en milieubewuste en sociaal-economisch verantwoorde) visteelt is nog lang. Gewilde soorten als de Aziatische tilapia en pangasius bevatten niet alleen arseen maar ook allerlei pesticiden-, antibiotica- en hormoonresten. Kweekzalm zou hoge gehalten kwik en giftige pcb-stoffen bevatten en een gevaar opleveren voor de wildezalmpopulatie.
 
Er wordt nog altijd druk onderhandeld over criteria voor ASC-certificering, zegt woordvoerster Clarisse Buma van het Wereldnatuurfonds. 'Dat gebeurt transparant per vissoort in twaalf open rondetafeldialogen.'
De criteria voor tilapia zijn rond, die voor pangasius en garnalen volgen binnenkort. De eerste vissen voorzien van het eco-label worden volgend jaar in de winkel verwacht. Buma: 'Het publiek (binnen de rondetafeldialogen) bepaalt de criteria. De Aquaculture Stewardship Council is slechts uitvoerend. Als er aanleiding is tot bijsturen, worden er nieuwe dialogen gevoerd.'
 
Buma weerspreekt dat kleine marktpartijen buiten spel worden gezet. 'We hebben geleerd van ervaringen met de MSC. In Vietnam zijn proefprojecten opgezet waarbij kleine bedrijven gezamenlijk het certificaat kunnen halen. Ook nodigen wij actief kritische organisaties uit voor de dialogen. Sociale aspecten, natuur- en milieuschade, het wordt allemaal meegepakt in de criteria.'
 
Toch moet er nog veel gebeuren. Buma: 'Voorlopig noemen we de ASC daarom liever geen keurmerk voor "duurzame", maar voor "verantwoorde" aquacultuur.' 


 

tagging: Wereld , Natuur en Milieu , duurzaamheid , visserij , consumptie/voedsel

Reacties:


Reageer:

Van:
E-mail: * Emailadres wordt niet getoond op website
Titel:
Bericht:
Security image. You must enable images to submit entry Vul in wat u ziet:
(Gevoelig voor hoofd en klein letters)

Terug naar het tijdschrift